20 & 21 november + 19 december 2012
De
innerlijke beeldenwereld is de arena waarin werkelijke veranderingen
in een client gestalte kunnen krijgen. Elke ontwikkeling en gedragsverandering
begint bij het beeld. Hoe imaginatie in een kortdurende behandeling
effectief kan worden toegepast, op welke wijze dit gestructureerd
dient te worden en welke valkuilen er zijn, vormen de onderwerpen
in deze module.
Doelstelling
: Het leren kennen èn leren toepassen van imaginatie-technieken
in een kortdurende psychologische behandeling.
Doelgroep
: gezondheidszorgpsychologen, eerstelijnspsychologen,
klinisch psychologen, psychotherapeuten, maatschappelijk werkenden
VO, psychiaters, huisartsen en andere minimaal HBO opgeleide hulpverleners.
Toelichting
Imaginatietherapie
gaat uit van het principe dat ontwikkeling en gedragsverandering
beginnen bij het beeld dat een cliënt heeft van zichzelf en van
zijn problematiek. Deze innerlijke beeldenwereld is de arena waarin
effectieve veranderingen in een cliënt op gang gebracht kunnen
worden. De cliënt wordt gestimuleerd zijn eigen beelden te leren
kennen, om vervolgens te leren die beelden bij te sturen zoals
dat wenselijk is.
Sinds
de ontdekking van spiegelneuronen in het brein in 1996 door het
onderzoeksteam van Rizzolatti in Parma is de neurowetenschappelijke
evidentie van het uitgangspunt in imaginatietherapie enorm toegenomen.
Er is een wereldwijde stroom van neuropsychologische onderzoeken
naar de invloed van perceptuele en innerlijke beeldprocessen op
gedrag ontstaan. De bevindingen van het overgrote merendeel van
deze onderzoeken bevestigen de centrale functie die de verbeelding
heeft in leerprocessen en dientengevolge voor de praktijk van
een psychologische behandeling (Ramachandran, 2010; Iacoboni,
2008 ).
Bij
imaginatietherapie worden naast mentale imaginatie ook expressieve
werkvormen zoals tekenen, schrijven en lijfelijke expressie ingezet,
steeds in samenhang met wat voor de cliënt in het kader van diens
leerproces gewenst is.
Door
de cliënt aan te zetten tot het toepassen in de eigen context
van de (in de behandeling) geleerde imaginatie-oefeningen wordt
de zelfwerkzaamheid en het oplossend vermogen van de cliënt aanzienlijk
bevorderd. De gedragsmatige concretisering van het geleerde in
het dagelijkse leven is de essentiële laatste stap in het imaginatietherapie-proces.
Imaginatie
kan zowel bij probleemgerichte als bij persoonsgerichte behandeling
effectief worden toegepast. Imaginatie vereist geen bijzonder
intelligentie-niveau.
Hoe imaginatie in een kortdurende behandeling effectief kan worden
toegepast, op welke wijze dit gestructureerd dient te worden en
welke valkuilen er zijn, vormen de onderwerpen in deze module.
Tevens wordt behandeld hoe de zelfwerkzaamheid en de veerkracht
van een client met imaginatie-oefeningen en expressie-methoden
kan worden bevorderd.
Inhoud
De
volgende thema's worden in de module behandeld:
1.
Casuïstiek en theorie.
2.
Interventievaardigheden:
a.
imaginatie werkvormen;
b.
directieve en non-directieve begeleidingsvormen van imaginatie.
3.
Imaginatie-technieken voor ik-sterkte.
4.
Exploratie van psychische thematiek m.b.v. imaginatie.
5.
Oplossingsgerichte imaginatie; casuïstiek; oefenen van oplossingsgerichte
interventievaardigheden.
6.
Imaginatie-technieken bij depressieve gevoelens.
7.
Neuropsychologische aspecten van imaginatie.
8.
Het ontwikkelen van gewenste vaardigheden en gedrag m.b.v. beeld
en symbool.
9.
Integratie en implementatie van het geleerde in het concrete dagelijkse
leven door de cliënt.
10.
Indicatie en contra-indicatie.
Werkwijze
Naast
theorie, casuïstiek en demonstraties vormt het oefenen van techniek
en begeleidingsvaardigheden door de cursist een aanzienlijk bestanddeel
in de module.
Na
de tweede dag krijgt de cursist praktijkopdrachten mee. De derde
dag van de cursus wordt voor een belangrijk deel aan supervisie
over deze opdrachten besteed.
Data
20
& 21 november + 19 december 2012 , 10.00 tot 17.00 uur.
Leiding:
Jan
Taal
Kosten:
€ 575
Accreditatie
NAP,
NGVH.
NIP
is in aanvraag.
Reglement,
voorwaarden en procedures
Inschrijven
voor deze module doet u door ons een email te sturen met uw naam,
adres, email en telefoongegevens: office@imaginatie.nl
Literatuur
Krop,
J. 1978. Het gebruik van geleide fantasiën. In: Leren
en leven met groepen. 3550, 1-31. Samson. Alphen a/d Rijn.
Sheikh,
A. A., R.G. Kunzendorf & K.S. Sheikh. 2003. Healing Images.
Historical Perspective. In: A.A. Sheikh (red.). Healing
The Role of Imagination in Health. 3-26. Baywood, New York.
Taal,
J. 1994. Imaginatietherapie.
Tijdschrift voor Psychotherapie , 20 (4), 227-246.
Taal,
J. (2003). Verbeeldingsprocessen
en de verwerking van kanker. Beeldende therapie en imaginatie.
In: C. Holzenspies, J. Taal. Kanker in Beeld. Verwerking door
creatieve expressie. 8-20.
Taal,
J. (2012). Verbeeldings
Toolkit. Psychosociale Oncologie , juli.
Taal,
J. 2012. Placebo effect en imaginatie.
Taal,
J. & en Krop, J. (2003). Imagery
in the treatment of trauma . In: Sheikh, A. A. (ed.)
Healing Images. The Role of Imagination in Health. 396-407. Baywood,
New York.
Overige
aanbevolen literatuur:
Iacoboni,
I. 2008. Het spiegelende brein . Amsterdam: Nieuwezijds.
Markman,
K.D., Klein, W.M.P. & Suhr, J.A. 2009. Handbook of Imagination
and Mental Simulation . New York: Psychology Press.
Ramachandran,
V.S. 2010. The Tell-Tale Brain: A Neuroscientist's Quest for
What Makes Us Human.
Rizzolatti
G, Fadiga L, Gallese V, Fogassi L. (1996). Premotor cortex and
the recognition of motor actions . Brain Res Cogn Brain Res
. 3, 131–141.