Wat veel topsporters
en grote uitvoerende artiesten al lang weten, is nu ook wetenschappelijk
aangetoond en wordt toegepast in de revalidatie aan de Rijksuniversiteit
in Groningen: imaginatie als verbinding
tussen geest en lichaam.
Het je verbeelden van
een toekomstige prestatie helpt! Bij elke prestatie die geleverd
wil worden is de verbeelding een krachtig instrument. Het baant
de neurologische, fysiologische en emotionele banen in je organisme.
Jan
Jansen, neerlands fameuze wielrenner, die de Tour
de France won en wereldkampioen werd, kreeg als
jongen een racefiets. Hij vertelde vorig jaar in een radio-interview
hoe hij die fiets in de kelder steeds oppoetste en poetste, vol
overgave . . . en hoe hij uren voor
die fiets ging zitten . . . čn zich dan verbeeldde
hoe hij in de bergen reed, etappes won in de Tour, wereldkampioen
werd . . . uren en uren. Jaren later deed zijn lichaam wat hij
al vanaf zijn jeugd in zijn 'geest-lichaam' had opgebouwd . .
. winnen op de fiets.
Psychomotorische
wet van de verbeelding
Jan Jansen bracht met
groot succes in praktijk wat Assagioli de psycho-motorische wet
van de verbeelding heeft genoemd: elke verbeelding stimuleert
het organisme om die fysieke omstandigheden en externe handelingen
voort te brengen die met die verbeelding in overeenstemming zijn
(Assagioli,1975; Green & Green, 1977; Sheikh, 2003; Taal,
1994).
Voor een topsporter heeft
trainen in de verbeelding dus zin. Het lichaam gaat er beter van
fietsen, springen, lopen, penalties
schieten, etc. Geest en lichaam werken samen.
Als de hoogspringer zich
in zijn verbeelding, voorafgaande aan zijn sprong, zichzelf over
de lat kan zien springen, gaat hij meer kans krijgen dat het hem
lukt.
In Groningen gebruikt
hoogleraar bewegingswetenschappen Theo
Mulder hetzelfde principe in de revalidatie van
patienten die een beroerte hadden en ook bij sporters. Hij deed
met zijn onderzoeksgroep verschillende simpele experimenten, waaruit
bleek dat het herhalen van een beweging in de verbeelding de prestaties
ook verbeterde. Het voorstellen van bewegingen activeert dezelfde
hersengebieden als het daadwerkelijk uitvoeren van die bewegingen.
Geconcludeerd werd dat imaginatie (mental imagery) geen dom idee
is, maar een relevante factor is bij neurologische revalidatie.
Bij het verbeteren van de loopvaardigheid van CVA patienten (
beroerte, hersenbloeding of herseninfarct) wordt nu imaginatie
als instrument toegepast. (Mulder, Th. e.a., 2004; Nieuws van
de Rijksuniversiteit Groningen, 23 juni 2005)
Dus
beweeg maar verroer je niet! En
wordt beter of kampioen, of wat bescheidener gezegd: help
jezelf dichter in de buurt te komen bij wat je wilt bereiken.
Voor het bevorderen van
herstel en genezing bij ziektes biedt het ook belangrijke aanknopingspunten.
Verbeeld je herstel, je vitaliteit. Als je dat in rust kunt doen
en ook geen enorme wonderen ervan verwacht, dan kan dat zeker
het organisme helpen. (Taal, 2003)
Assagioli, R. (1975).
Psychosynthese. Katwijk aan Zee: Servire.
Green, E. & Green,
A. (1977) Beyond biofeedback. New York: Dell.
Mulder, Th., Zijlstra,
S., Zijlstra, W., & Hochstenbach, J. (2004). The role of motor
imagery in learning a totally novel movement. Experimental Brain
Research,154, 211-217
Sheikh, A. (ed). (2003).
Healing Images: The Role of Imagination in Health. www.baywood.com
Taal, J. (1994). Imaginatie-therapie.
Tijdschrift voor Psychotherapie. 4. 227-246.
Taal, J. (2003). Verbeeldingsprocessen
en de verwerking van kanker. In: C. Holzenspies & J. Taal.
Kanker in Beeld. 2003
© Jan Taal 2005