Imaginatie in kortdurende psychologische behandeling

De innerlijke beeldenwereld is de arena waarin werkelijke veranderingen in een client gestalte kunnen krijgen. Elke ontwikkeling en gedragsverandering begint bij het beeld. Hoe imaginatie in een kortdurende behandeling effectief kan worden toegepast, op welke wijze dit gestructureerd dient te worden en welke valkuilen er zijn, vormen de onderwerpen in deze module.

Doelstelling
Het leren kennen èn leren toepassen van imaginatie-technieken in een kortdurende psychologische behandeling.

Doelgroep
Gezondheidszorgpsychologen, eerstelijnspsychologen, klinisch psychologen, psychotherapeuten, maatschappelijk werkenden VO, psychiaters, huisartsen en andere minimaal HBO opgeleide hulpverleners.

Toelichting
Imaginatietherapie gaat uit van het principe dat ontwikkeling en gedragsverandering beginnen bij het beeld dat een cliënt heeft van zichzelf en van zijn problematiek. Deze innerlijke beeldenwereld is de arena waarin effectieve veranderingen in een cliënt op gang gebracht kunnen worden. De cliënt wordt gestimuleerd zijn eigen beelden te leren kennen, om vervolgens te leren die beelden bij te sturen zoals dat wenselijk is.

Sinds de ontdekking van spiegelneuronen in het brein in 1996 door het onderzoeksteam van Rizzolatti in Parma is de neurowetenschappelijke evidentie van het uitgangspunt in imaginatietherapie enorm toegenomen. Er is een wereldwijde stroom van neuropsychologische onderzoeken naar de invloed van perceptuele en innerlijke beeldprocessen op gedrag ontstaan. De bevindingen van het overgrote merendeel van deze onderzoeken bevestigen de centrale functie die de verbeelding heeft in leerprocessen en dientengevolge voor de praktijk van een psychologische behandeling (Ramachandran, 2010; Iacoboni, 2008).

Bij imaginatietherapie worden naast mentale imaginatie ook expressieve werkvormen zoals tekenen, schrijven en lijfelijke expressie ingezet, steeds in samenhang met wat voor de cliënt in het kader van diens leerproces gewenst is.

Door de cliënt aan te zetten tot het toepassen in de eigen context van de (in de behandeling) geleerde imaginatie-oefeningen wordt de zelfwerkzaamheid en het oplossend vermogen van de cliënt aanzienlijk bevorderd. De gedragsmatige concretisering van het geleerde in het dagelijkse leven is de essentiële laatste stap in het imaginatietherapie-proces.

Imaginatie kan zowel bij probleemgerichte als bij persoonsgerichte behandeling effectief worden toegepast. Imaginatie vereist geen bijzonder intelligentie-niveau.

Hoe imaginatie in een kortdurende behandeling effectief kan worden toegepast, op welke wijze dit gestructureerd dient te worden en welke valkuilen er zijn, vormen de onderwerpen in deze module. Tevens wordt behandeld hoe de zelfwerkzaamheid en de veerkracht van een client met imaginatie-oefeningen en expressie-methoden kan worden bevorderd.

Lesplan

De volgende thema’s worden in de module behandeld:

  1. Casuïstiek en theorie.
  2. Interventievaardigheden:
    • imaginatie werkvormen;
    • directieve en non-directieve begeleidingsvormen van imaginatie.
  3. Imaginatie-technieken voor ik-sterkte.
  4. Exploratie van psychische thematiek m.b.v. imaginatie.
  5. Oplossingsgerichte imaginatie; casuïstiek; oefenen van oplossingsgerichte interventievaardigheden.
  6. Imaginatie-technieken bij depressieve gevoelens.
  7. Neuropsychologische aspecten van imaginatie.
  8. Het ontwikkelen van gewenste vaardigheden en gedrag m.b.v. beeld en symbool.
  9. Integratie en implementatie van het geleerde in het concrete dagelijkse leven door de cliënt.
  10. Indicatie en contra-indicatie.

Naast theorie, casuïstiek en demonstraties vormt het oefenen van techniek en begeleidingsvaardigheden door de cursist een aanzienlijk bestanddeel in de module.

Na de tweede dag krijgt de cursist praktijkopdrachten mee. De derde dag van de cursus wordt voor een belangrijk deel aan supervisie over deze opdrachten besteed.

Data

Worden nog bekend gemaakt.

 

Accreditatie
NAP, NGVH.
NIP is in aanvraag.

Reglement voorwaarden en procedures

Overig

Literatuur
Krop, J. 1978. Het gebruik van geleide fantasieën. In: Leren en leven met groepen. 3550, 1-31. Samson.
Alphen a/d Rijn.

Sheikh, A. A., R.G. Kunzendorf & K.S. Sheikh. 2003. Healing Images. Historical Perspective.
In: A.A. Sheikh (red.). Healing The Role of Imagination in Health. 3-26. Baywood, New York.

Taal, J. 1994. Imaginatietherapie. Tijdschrift voor Psychotherapie, 20 (4), 227-246.

Taal, J. (2003). Verbeeldingsprocessen en de verwerking van kanker. Beeldende therapie en imaginatie.
In: C. Holzenspies, J. Taal. Kanker in Beeld. Verwerking door creatieve expressie. 8-20.

Taal, J. (2012). Verbeeldings Toolkit. Psychosociale Oncologie, juli.

Taal, J. 2012. Placebo effect en imaginatie.

Taal, J. & en Krop, J. (2003). Imagery in the treatment of trauma. In: Sheikh, A. A. (ed.) Healing Images.
The Role of Imagination in Health. 396-407. Baywood, New York.

Overige aanbevolen literatuur
Iacoboni, I. 2008. Het spiegelende brein. Amsterdam: Nieuwezijds.

Markman, K.D., Klein, W.M.P. & Suhr, J.A. 2009. Handbook of Imagination and Mental Simulation.
New York: Psychology Press.

Ramachandran, V.S. 2010. The Tell-Tale Brain: A Neuroscientist’s Quest for What Makes Us Human.

Rizzolatti G, Fadiga L, Gallese V, Fogassi L. (1996). Premotor cortex and the recognition of motor actions.

Brain Res Cogn Brain Res. 3, 131-141.

Course Information
  • Days:
    data worden nog bekend gemaakt
Instructors
Jan Taal

Related Courses