De lijn tussen het waarnemen van de wereld en hallucineren is volgens de befaamde neurowetenschapper Ramachandran een hele dunne. Volgens hem hallucineren we voortdurend als we de wereld waarnemen. Waarnemen is te beschouwen als het kiezen van de hallucinatie die het best overeenkomt met de binnenkomende data, data die vaak fragmentarisch en vluchtig zijn. Deze opvatting komt heel dicht bij wat volgens Chittick en Murata de mystieke Islam meldt over de ziel:
De ziel (psyche) bezit alle zintuigen, zij ziet, hoort, ruikt, proeft, voelt en raakt aan. Het is een vergissing te denken dat de ziel fysieke ogen en oren nodig heeft om te zien en te horen. De ziel beleeft haar eigen werkelijkheid zonder de lichamelijke zintuigelijke organen.
De verbeelding is de centrale arena waar ons zieleleven zich afspeelt, het terrein waar we ervaren wie we zijn, wat ons bezielt en drijft.

Verbeelden is een machtig medium, misschien wel het krachtigste wat de mens bezit om vooruit te komen in het leven en om te communiceren. Adrian Owen, neurowetenschapper van de universiteiten van Cambridge en Western Ontario, ontdekte dat hij middels de verbeelding kon communiceren met patienten die in een vegetatieve toestand verkeren. Met deze patienten, die weliswaar wakker lijken te zijn, is het niet mogelijk om enig contact te krijgen, fysiek niet, geen oogcontact en ook op aanspreken volgt geen reactie. Maar toen Owen de patiente vroeg zich voor te stellen dat zij aan het tennissen is bleek uit haar hersenactiviteit dat zij dit wel degelijk aan het verbeelden was. Bij een andere vegetatieve patient gebruikte Owen met succes het verbeelden van voetbal omdat hij gehoord had dat de man een voetbalfan was.

Tennis, voetbal of welke hallucinatie dan ook, ik wens u een hele goede zomer toe,

Jan Taal