Het was op een zonnige dag in februari 1997 dat we samen met de trein naar Wageningen gingen om de stichting Kanker in Beeld op te richten, naar een notaris die de oprichtingsakte pro deo wilde doen.

We hadden het jaar er voor een werkgroep gevormd om een landelijke tentoonstelling te gaan organiseren van creatief werk van mensen die met kanker waren geconfronteerd, een werkgroep waarin Kitty met de haar kenmerkende geestdrift participeerde. Met de oprichting van de stichting wilden we de creatieve vitaliteit van betrokkenen bij kanker stimuleren en een plek gaan geven, toen wisten we nog niet dat de activiteiten van de stichting Kanker in Beeld anno 2020 zo’n grote vlucht zou nemen, hoewel we dat natuurlijk wel hoopten.

Het waren Kitty’s tekeningen en schilderijen die hadden geleid tot het idee om een grote landelijke tentoonstelling te gaan organiseren. Kitty had in 1995 mee gedaan in een groepstherapie voor mensen met kanker bij de Amsterdam School voor Imaginatie. Dat resulteerde in een indrukwekkende serie tekeningen en schilderijen waarin ze haar strijd en haar boosheid over wat haar was overkomen toonde. Het werd uiteindelijk een heftige krachtmeting, een zoektocht naar zonnebloemen, naar hernieuwde vitaliteit. In 1996 exposeerde ze er mee: Zonnebloemen en klaprozen; Kitty, een vrouw met borstkanker, heeft haar verwerkingsproces in beeld gebracht.

Ik citeer uit het gedeelte dat over haar gaat in het prachtige boek dat ze samen met Nel Warnars-Kleverlaan schreef voor de eerste Kanker in Beeld tentoonstelling in 1998 in de Oude Kerk in Amsterdam, een boek dat in mijn ogen nog steeds een groots, ontroerend monument is voor de creativiteit en vitaliteit van mensen in de crisis met kanker.

“In 1991 had Kitty borstkanker gekregen. Er volgde amputatie, een bestraling en chemotherapie, en Kitty bouwt in gedachten een muur om haar tumor. Op zoek naar een plek waar ze zowel kan praten als ‘iets kan doen’ met de steeds terugkerende beelden op haar netvlies, komt ze terecht bij de School voor Imaginatie. Eén van haar eerste tekeningen is Zelfportret met poes, een groot, hoekig, felblauw lichaam met één borst. ‘Dit ben ik dus’, is haar reactie wanneer ze ziet wat ze heeft gemaakt. Pas later ontdekt ze dat het litteken aan de verkeerde kant zit, ze kijkt in de spiegel.”

 Spiegelbeeld

Lopend langs de spiegel
zie ik opeens
ongewild
mijn eigen spiegelbeeld

En ik merk dat ik
niet langer schrik,
niet wegkijk
om de lege,
platte plek
niet te zien.

En ik voel dat ik
verbaasd ben
en ontroerd
door de broosheid.
De breekbaarheid,
de onschuld
van mijn ongeschonden bovenlijf.

En ik zie
dat asymmetrie
zijn eigen schoonheid heeft.

 

“Met het zelfportret is de kogel door de kerk. Opnieuw houdt Kitty zichzelf een spiegel voor. Ze tekent een lichaam met een zojuist geamputeerde borst: Amputatie. Uit de geopende wond komt een schreeuw van angst en woede. Gedreven gaat ze verder, een onontkoombare ontlading van emoties veroorzaakt door nieuw en oud verdriet. De confrontatie met haar geschonden lichaam werkt bevrijdend, eindelijk krijgen haar emoties vorm. Door haar gevoelens op papier te zetten schept ze orde in de chaos en maakt ze haar ziekte hanteerbaar, en komt er ook plaats voor hoop, tot expressie gebracht in zonnebloemen.”[1]

Lees verder

 

[1] Warnars-Kleverlaan, N., Zwart, K. & Mes, E. (1998). Kanker in Beeld. Verwerking door creatieve expressie. Amsterdam: Stichting Kanker in Beeld.